ECLI:NL:CRVB:2011:BT7328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen opheffing functie ambtenaar
Appellante werd op 25 april 2008 aangewezen als herplaatsingskandidaat en maakte bezwaar tegen dit besluit. De minister verklaarde het bezwaar ongegrond voor zover het ging om de aanwijzing en niet-ontvankelijk voor zover het bezwaar betrekking had op het Organisatie en Formatie-rapport en de was-wordt lijst, omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij geen bezwaar kon maken tegen de opheffing van haar functie omdat de was-wordt lijst niet specifiek haar naam vermeldde. De Raad stelde vast dat de lijst wel degelijk haar naam en functie vermeldde, met de opheffing van haar functie in de 'wordt' situatie. Appellante was vanaf december 2007 op de hoogte en had toen bezwaar kunnen maken.
De Raad oordeelde dat appellante geen verschoonbare reden had voor de termijnoverschrijding van haar bezwaar en wees haar grief af. Ook werd vastgesteld dat er geen overschrijding van de redelijke termijn was voor de beslissing op bezwaar, zodat het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de opheffing van de functie wordt bevestigd.