ECLI:NL:CRVB:2011:BT7218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen en arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering wegens gewrichtsklachten gerelateerd aan sarcoïdose. In 2004 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35-45%. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2009, concludeerde het UWV na medisch onderzoek dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen. Op bezwaar verklaarde het UWV de uitkering per 27 augustus 2009 verhoogd naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. Appellant voerde aan dat zijn medische beperkingen, waaronder reuma, astma en diabetes, onvoldoende waren meegewogen. De Raad toetste deze stellingen en concludeerde dat het UWV een zorgvuldig en volledig onderzoek had uitgevoerd. De bezwaarverzekeringsarts gaf overtuigende redenen waarom de geclaimde extra beperkingen niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid leidden.
Ook het standpunt van appellant dat hij frequent zou moeten verzuimen vanwege therapie en ziekenhuisbezoeken werd verworpen. De Raad bevestigde dat de geselecteerde voorbeeldfuncties medisch geschikt zijn en dat appellant voldoet aan het vereiste opleidingsniveau. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de voortzetting van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45-55%.