ECLI:NL:CRVB:2011:BT6783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1997 bijstand en werd onderzocht na een anonieme tip over samenwoning met de vader van haar dochter. Uit onderzoek bleek dat vanaf 8 december 2008 sprake was van een gezamenlijke huishouding, waarop het College de bijstand introk en terugvordering instelde.
Appellante voerde aan dat zij niet samenwoonden en dat de verklaringen onder druk waren afgelegd, maar de Raad oordeelde dat de verklaringen vrij en zonder dwaling waren gegeven. De aanwezigheid van persoonlijke eigendommen en administratie van de partner in de woning ondersteunden het oordeel van gezamenlijke huishouding.
De Raad stelde vast dat het ondertekenen van een stopkaart niet vereist is voor intrekking en dat de bijstand terecht werd ingetrokken vanaf de datum van het huisbezoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.