ECLI:NL:CRVB:2011:BT6603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor overschrijding redelijke termijn door minister in bezwaarprocedure
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de minister inzake een betalingsregeling. De minister behandelde het bezwaar niet binnen de redelijke termijn, waardoor een overschrijding van twee jaar en vijf maanden ontstond. De rechtbank kende appellant een schadevergoeding van €350,- toe, omdat zij oordeelde dat appellant niet ernstig was geschaad.
In hoger beroep stelde appellant dat bij een overschrijding van deze duur een vergoeding van €2.500,- passend is, verwijzend naar vaste jurisprudentie. De Raad bevestigde dat de gehele overschrijding voor rekening van de minister komt en dat een vergoeding van vijf maal €500,- passend is, tenzij bijzondere omstandigheden ontbreken. Het enkele voordeel dat appellant had van het uitblijven van een beslissing weegt niet op tegen de geleden spanning en frustratie.
De Raad vernietigde het deel van het vonnis dat de schadevergoeding op €350,- stelde en veroordeelde de minister tot betaling van €2.500,- plus vergoeding van het betaalde griffierecht. De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd. De minister had geen rechtsmiddel ingesteld tegen het hoger beroep.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €2.500,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van het griffierecht.