ECLI:NL:CRVB:2011:BT2785
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens onvoldoende zorgindicatieonderzoek door CIZ
Verzoekster, geboren in 1932, heeft een langdurige zorghistorie met diverse gezondheidsproblemen en ontving AWBZ-zorg. Na verhuizing naar Middelharnis ontving zij indicaties voor ondersteunende begeleiding en persoonlijke verzorging. CIZ stelde in 2009 een besluit vast waarin indicaties werden beëindigd of beperkt, wat tot bezwaar en meerdere besluiten leidde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 10 mei 2010 ongegrond. Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het onderzoek van CIZ onvoldoende zorgvuldig was, mede omdat de beoordeling was gebaseerd op telefonisch contact zonder aantekeningen en summiere medische informatie, zonder diepgaander onderzoek of overleg met de zorginstelling Careyn GO.
Daarom was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met de Awb. Gezien de langdurige zorgbehoefte en achteruitgang van verzoekster was er spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter bepaalde dat CIZ verzoekster met ingang van 1 januari 2010 moet behandelen alsof zij geïndiceerd is volgens het besluit van 15 februari 2007. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en CIZ moet verzoekster vanaf 1 januari 2010 behandelen als geïndiceerd volgens het besluit van 15 februari 2007.