ECLI:NL:CRVB:2011:BT2549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid volgens ANW
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot, waarbij zij stelde arbeidsongeschikt te zijn. De Sociale verzekeringsbank (Svb) liet een medisch en arbeidskundig onderzoek uitvoeren, waaruit bleek dat zij niet meer dan 45% arbeidsongeschikt was. Dit leidde tot afwijzing van haar aanvraag.
Appellante maakte bezwaar en gaf aan dat haar gezondheidstoestand haar deelname aan het arbeidsproces belemmert. Na een herkeuring en aanvullend arbeidskundig onderzoek bleef de conclusie dat haar arbeidsongeschiktheid onder de 45% ligt. De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank onderschreef deze beoordeling en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante opnieuw aan dat zij emotioneel niet in staat is te werken, maar kon geen objectieve medische gegevens overleggen die de eerdere bevindingen weerspraken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de Svb terecht de nabestaandenuitkering had geweigerd, omdat appellante niet voldeed aan de arbeidsongeschiktheidseis van minimaal 55% volgens artikel 11 van Pro de ANW.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd omdat appellante niet voldoet aan de arbeidsongeschiktheidseis van de ANW.