ECLI:NL:CRVB:2011:BT2325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA- en Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om hem vanaf 24 maart 2008 geen WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en tegen de weigering van een Ziektewetuitkering vanaf 17 november 2008. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, stellende dat appellant met passende functies nog een verdiencapaciteit had en niet ongeschikt was voor arbeid.
In hoger beroep heeft appellant aanvullende medische verklaringen overgelegd, waaronder een rapport van neuroloog Hollinger, en verzocht om inschakeling van een deskundige. De bezwaarverzekeringsarts reageerde met rapporten waarin werd gemotiveerd waarom de nieuwe medische informatie niet tot een ander oordeel leidt.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en ziet geen aanleiding om een deskundige in te schakelen. De Raad concludeert dat appellant terecht geen uitkering ontvangt omdat hij niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt is voor arbeid. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA- en Ziektewetuitkering wordt bevestigd.