ECLI:NL:CRVB:2011:BT1773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat alleenstaande-ouderkorting tot inkomen WWB behoort en op bijstand in mindering komt
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het bezwaar tegen het in mindering brengen van de alleenstaande-ouderkorting op haar bijstand werd afgewezen.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam had bijstand verleend met een toeslag voor alleenstaande ouders, maar bracht later de alleenstaande-ouderkorting die appellante ontving op de bijstand in mindering. Appellante stelde dat er sprake was van een uitzonderlijke situatie die een afwijking van dit beleid rechtvaardigde.
De Raad oordeelde dat de alleenstaande-ouderkorting volgens artikel 31 en Pro 32 van de WWB tot het inkomen behoort en op grond van artikel 19, tweede lid, van de WWB op de bijstand in mindering mag worden gebracht. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en wees erop dat appellante geen onderbouwing gaf voor een uitzonderingssituatie.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan appellante opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.