ECLI:NL:CRVB:2011:BS1095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering bij duurzaam gescheiden levende echtgenoten
Appellanten, gehuwd maar duurzaam gescheiden levende echtgenoten, kregen bijstand toegekend aan appellante. Het College trok de bijstand in en vorderde terugbetaling over de periode van 6 augustus 2007 tot en met 29 februari 2008, omdat appellante niet langer als zelfstandig bijstandssubject werd gezien.
De Raad oordeelde dat appellante de echtscheidingsprocedure in augustus 2007 had stopgezet, maar dat dit niet zonder meer betekende dat de duurzame scheiding was opgeheven. Vanaf oktober 2007 was er sprake van herstel van contact, maar pas vanaf 1 november 2007 kon niet langer worden gesproken van duurzaam gescheiden leven. De intrekking en terugvordering over de periode 6 augustus tot en met 31 oktober 2007 waren daarom niet deugdelijk gemotiveerd en werden vernietigd.
Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen over de terugvordering met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 6 augustus tot en met 31 oktober 2007 wordt vernietigd en herroepen.