ECLI:NL:CRVB:2011:BR7104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Ioaw-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen een Ioaw-uitkering naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV. Het College trok de Ioaw-uitkering in over de periode 1 januari 2006 tot en met 30 september 2007 en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug, omdat appellanten niet de juiste bruto-inkomsten hadden opgegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad stelde vast dat appellanten de inlichtingenverplichting niet of niet behoorlijk zijn nagekomen door het niet melden van het bruto-inkomen, ondanks duidelijke vragen op de inkomstenverklaringen.
Appellanten voerden aan dat het College zelf een fout had gemaakt door het inkomen netto in plaats van bruto te verrekenen, maar dit verweer werd verworpen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat de mededeling van het College geen ondubbelzinnige toezegging inhield en appellanten waren gewezen op hun meldingsplicht.
De Raad concludeerde dat het College terecht de uitkering heeft ingetrokken en teruggevorderd en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de Ioaw-uitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting.