ECLI:NL:CRVB:2011:BR6780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat mededeling over vordering geen besluit is in bestuursrechtelijke zin
Appellante ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB), welke het College op 27 mei 2009 introk met terugwerkende kracht. Bij brief van 22 juni 2009 bevestigde het College deze intrekking en meldde een vordering op appellante, zonder een definitief terugvorderingsbedrag te noemen. Vervolgens trok het College het intrekkingsbesluit en de brief in en besloot de bijstand ongewijzigd voort te zetten. Het College verklaarde de bezwaren tegen het intrekkingsbesluit en de brief niet-ontvankelijk en kende een vergoeding toe voor bezwaarkosten tegen het intrekkingsbesluit, maar niet voor de brief.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen de brief ongegrond en oordeelde dat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was. Appellante stelde in hoger beroep dat de brief wel een besluit was omdat deze een vordering meldde en daarmee rechtsgevolg had.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak het terugvorderingsbedrag een essentieel onderdeel is van een terugvorderingsbesluit. Omdat de brief geen bedrag noemde en slechts informatief was, kon deze niet als besluit worden aangemerkt. Hierdoor was bezwaar tegen de brief niet mogelijk en bestond geen recht op vergoeding van bezwaarkosten. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de brief geen besluit is en wijst het hoger beroep af.