ECLI:NL:CRVB:2011:BR6595
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaren tegen herzieningsbesluiten sociale vervoersvergoeding
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), vorderde herziening van een besluit uit 2003 betreffende de hoogte van zijn tegemoetkoming voor sociale vervoerskosten. Hij stelde dat hij recht had op een hogere vergoeding op grond van artikel 20 van Pro de Wuv in plaats van de toegekende tegemoetkoming op grond van artikel 21.
Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, kende appellant per 1 februari 2008 een vergoeding toe voor vervoer ter ondersteuning van sociale contacten, maar verklaarde de bezwaren tegen de ingangsdatum en hoogte van eerdere vergoedingen niet-ontvankelijk omdat hierover geen nieuw of nader besluit was genomen. Appellant maakte bezwaar tegen een brief van 14 november 2008 en een berekeningsbesluit van 31 december 2008, maar deze bezwaren werden eveneens niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad oordeelde dat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het besluit van 19 mei 2008 en dat hij geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een herziening van het besluit uit 2003 rechtvaardigden. De Raad constateerde dat de besluitvorming niet altijd duidelijk was, maar dat dit niet leidde tot een andere uitkomst. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De beroepen van appellant tegen de besluiten van de Sociale Verzekeringsbank worden ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid en het ontbreken van nieuwe feiten voor herziening.