ECLI:NL:CRVB:2011:BR6146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die vanwege rugklachten zijn werkzaamheden als klusjesman had gestaakt, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval nieuw onderzoek, waarna het UWV opnieuw de uitkering weigerde. In hoger beroep hechtte de Raad doorslaggevende waarde aan het rapport van een neuroloog, die concludeerde dat de arbeidsmogelijkheden niet waren overschat. Daarnaast bevestigde een bezwaararbeidsdeskundige dat appellant geschikt was voor drie functies, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheid van 21%. Het beroep op het IAO-verdrag werd afgewezen omdat dit verdrag geen direct afdwingbare rechten biedt die het nationale minimumpercentage voor uitkeringsgerechtigde arbeidsongeschiktheid beïnvloeden. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.