ECLI:NL:CRVB:2011:BR6140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens redelijke termijnoverschrijding
Appellant, werkzaam als medewerker algemene dienst, meldde zich ziek met een enkelfractuur en later met rugklachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering en later een WIA-uitkering, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant voerde aan dat de medische beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat een verkorte wachttijd van toepassing was.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van het UWV maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De rechtbank achtte het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig en vond de medische informatie uit Marokko niet relevant voor de datum in geding. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellant zijn standpunt over de verkorte wachttijd niet tijdig had aangevoerd.
De Raad stelde vast dat de redelijke termijn voor de bestuursfase met bijna zes maanden was overschreden, maar dat de totale rechterlijke procedure binnen de termijn bleef. Daarom werd het UWV veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 500,- aan appellant. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en kent een schadevergoeding van € 500,- toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.