ECLI:NL:CRVB:2011:BR5904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar na een anonieme melding stelde de Sociale Recherche een onderzoek in dat concludeerde dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden. Dit werd bevestigd door verklaringen van appellanten en observaties. Het College besloot daarom de bijstand over bepaalde perioden in te trekken en terug te vorderen, mede van appellant.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad dat op grond van artikel 3 lid 4 WWB Pro sprake was van een gezamenlijke huishouding, omdat appellanten hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en een gezamenlijk kind. De schending van de inlichtingenplicht door appellante maakte de intrekking en terugvordering rechtsgeldig.
De Raad oordeelt dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, ook mede van appellant. Er zijn geen zelfstandige beroepsgronden tegen deze bevoegdheid aangevoerd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.