ECLI:NL:CRVB:2011:BR5898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen per 29 maart 2007. Het UWV baseerde dit besluit op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat zij slechts vier weken arbeidsongeschikt was en daarna minder dan 15% arbeidsongeschikt.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en de rapportages consistent en concluderend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zij meer beperkt was dan aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat rapportages van verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken een bijzondere waarde hebben indien zij zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat het aan appellante is om aannemelijk te maken dat deze rapportages gebreken vertonen of onjuist zijn. Dit is niet gelukt. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het besluit van het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.