ECLI:NL:CRVB:2011:BR5886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging draagkrachtberekening op basis van verzamelinkomen zonder alleenstaande-ouderkorting
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de door de Minister vastgestelde draagkracht voor 2010, welke gebaseerd is op zijn verzamelinkomen in 2008. Hij stelt dat de draagkracht onredelijk hoog is vastgesteld omdat hij in 2008 geen recht had op de alleenstaande-ouderkorting, terwijl hij wel voor 53% zorg droeg voor zijn dochter. Tevens voert hij aan dat alimentatiebetalingen niet zijn meegenomen.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat de draagkrachtberekening in overeenstemming is met het wettelijke regime, waarbij het toetsingsinkomen gebaseerd is op het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen. De wet staat niet toe om bij de draagkrachtberekening rekening te houden met het besteedbare inkomen of alimentatiebetalingen.
De Raad benadrukt dat de alleenstaande-ouderkorting leidt tot een hogere draagkrachtvrije voet, waardoor de draagkracht lager wordt. Omdat appellant in 2008 geen recht had op deze korting, is zijn draagkracht hoger vastgesteld. Dit volgt rechtstreeks uit de wet en biedt geen ruimte voor afwijking. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de draagkrachtberekening van de Minister wordt bevestigd.