ECLI:NL:CRVB:2011:BR5779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op WAO-besluiten zonder nieuwe feiten
Appellant, een voormalig internationaal chauffeur, kreeg op 18 september 2003 en 29 april 2004 WAO-uitkeringen toegekend met een bepaalde mate van arbeidsongeschiktheid en dagloon. Hij verzocht het UWV later om terug te komen op deze besluiten, stellende dat het dagloon onjuist was vastgesteld omdat geen rekening was gehouden met een psychologisch consult dat zijn overuren beïnvloedde. Het UWV weigerde dit verzoek wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure wijzigde het UWV het vervolgdagloon en appellant stemde daarmee in, maar bleef van mening dat dit met terugwerkende kracht moest gelden. De Raad oordeelde dat er geen nieuwe feiten waren die het terugkomen op de besluiten rechtvaardigden, omdat appellant deze argumenten eerder had kunnen aanvoeren.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding. De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op eerdere WAO-besluiten wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en veroordeelt het UWV in de proceskosten.