ECLI:NL:CRVB:2011:BR5753

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2958 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na gewijzigde beslissing UWV in hoger beroep

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake een WAO-zaak. Tijdens de procedure kwam het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van wettelijke rente.

De Raad heropende het onderzoek om het UWV in de gelegenheid te stellen nadere toelichting te geven op de aan de schatting ten grondslag gelegde functies. Het UWV overhandigde vervolgens een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige en nam een nieuwe beslissing op bezwaar.

De Raad oordeelde dat het UWV met de gewijzigde beslissing geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken, inclusief kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en de medische expertise. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering.

De beslissing werd genomen zonder zitting, met toestemming van partijen, en de Raad verwees voor de wijze van rentevergoeding naar een eerdere uitspraak uit 1995. Het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV verhalen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente na gewijzigde beslissing op bezwaar.

Uitspraak

09/2958 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 27 april 2009, 08/5882 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. O. Labordus, werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V. te Rijswijk, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2011. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.B. Heij.
De Raad heeft het onderzoek heropend teneinde het Uwv in de gelegenheid te stellen een nadere toelichting te geven van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies. Daarop heeft het Uwv bij schrijven van 30 maart 2011 een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige overgelegd en een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 5 mei 2011 heeft mr. Labordus namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van de wettelijke rente.
Het Uwv heef hierop bij brief van 30 juni 2011 gereageerd.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 30 maart 2011 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. Nu het Uwv bij besluit van 30 maart 2011 reeds heeft aangegeven de in bezwaar gemaakte kosten te zullen vergoeden staat de Raad enkel nog geplaatst voor een beoordeling van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep .
De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van
1 november 1995, LJN ZB 1495, gepubliceerd in JB 1995, 314.
Het Uwv heeft bij brief van 30 juni aangevoerd er van uit te gaan dat de kostenvergoeding voor de uitgebrachte medische rapportage zal worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. De Raad is van oordeel dat de vordering ter hoogte van € 618,80 voor kosten van de medische expertise van W.C.G. Blanken als redelijk gemaakte kosten voor toewijzing in aanmerking komt.
Appellant kan zich voor vergoeding van het griffierecht in beroep en hoger beroep rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente als hiervoor is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.584,80.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.A. Achterberg.
EV