ECLI:NL:CRVB:2011:BR5637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs van woonadres
Appellante diende op 6 augustus 2008 een aanvraag om bijstand in en verklaarde te wonen op een opgegeven adres waar zij ook stond ingeschreven. Tijdens een huisbezoek door medewerkers van de sociale dienst werden echter geen persoonlijke zaken aangetroffen die aannemelijk maakten dat zij daar daadwerkelijk woonde.
Het College wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellante op het opgegeven adres woonde. Een bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard door de rechtbank. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij woonde op het opgegeven adres, ook niet wanneer rekening werd gehouden met taalproblemen tijdens het huisbezoek. De Raad stelde vast dat de kamer leeg was en alleen enkele zaken van een derde aanwezig waren. Bovendien was de keuken leeg en was er onvoldoende onderbouwing over verblijf tijdens de renovatie.
Hoewel later bijstand werd toegekend na een nieuw huisbezoek waarbij een andere situatie werd aangetroffen, leidde dit niet tot herroeping van de afwijzing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd.