ECLI:NL:CRVB:2011:BR5572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, werkzaam in de horeca, viel uit wegens lichamelijke klachten na een auto-ongeluk en kreeg een volledige WAO-uitkering toegekend. Het Uwv trok deze uitkering in 2005 in vanwege afgenomen arbeidsongeschiktheid. Na diverse medische en arbeidsdeskundige onderzoeken, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de intrekking ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige motivering toereikend. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen, met name vermoeidheid en cognitieve aspecten, onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet geschikt was voor bepaalde functies.
De Raad overwoog dat de medische beoordelingen, inclusief die van de bezwaarverzekeringsarts, rekening hielden met vermoeidheidsklachten en dat de beperkingen niet waren onderschat. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende gemotiveerd beschouwd, waarbij functies als wasserijmedewerker passend werden geacht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat er geen urenbeperking van toepassing was op de datum in geding.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt en de beperkingen niet zijn onderschat.