ECLI:NL:CRVB:2011:BR5571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens rug- en beenklachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant belastbaar was voor gangbare arbeid met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 27,67%, wat onder de 35% grens ligt voor uitkeringsgerechtigheid.
Na bezwaar en aanvullend onderzoek, inclusief een oriënterend psychiatrisch onderzoek, handhaafde het UWV het besluit. De rechtbank vernietigde het besluit wegens procedurele redenen maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met psychische klachten, visusproblemen en een WSW-indicatie.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de psychische klachten en visusproblemen onvoldoende onderbouwd waren voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Ook was de WSW-indicatie niet doorslaggevend. De arbeidskundige beoordeling van functies was passend. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.