ECLI:NL:CRVB:2011:BR4965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering vrijwillige AOW-deelname
Appellant diende een aanvraag in voor deelname aan de vrijwillige ouderdomsverzekering (AOW) en nabestaandenverzekering (Anw), welke door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd geweigerd wegens overschrijding van de wettelijke aanmeldingstermijn. Appellant stelde beroep in, maar deed dit te laat. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, omdat geen verschoonbare reden voor de te late indiening was gegeven.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat een medewerker van de Svb hem telefonisch had geadviseerd eerst informatie over pensioenrechten van zijn echtgenote in te winnen alvorens beroep in te stellen. De Raad oordeelde dat niet is gebleken dat er toezeggingen zijn gedaan die appellant het vertrouwen konden geven op een latere beroepsmogelijkheid.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. Het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.