ECLI:NL:CRVB:2011:BR4742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering en terugvordering teveel betaalde uitkeringen
Appellant, voormalig medewerker groenvoorziening, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na medische herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat hij per 16 september 2008 geschikt was voor zijn eigen werk, waarop de Ziektewetuitkering werd beëindigd. Appellant betwistte dit en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij niet in staat was zijn werk te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel na een zorgvuldige toetsing van de medische gegevens en rapporten van verzekeringsartsen. Tevens werd de terugvordering van onverschuldigd betaalde ZW- en TW-uitkeringen over de periode van 16 september 2008 tot 25 januari 2009 bevestigd, waarbij appellant stelde dat zijn financiële situatie een dringende reden vormde om van terugvordering af te zien.
De Raad oordeelde dat de terugvordering een wettelijke verplichting is en dat de aangevoerde financiële omstandigheden geen dringende reden opleveren om hiervan af te zien. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en het hoger beroep van appellant werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering en terugvordering van teveel betaalde uitkeringen worden bevestigd.