ECLI:NL:CRVB:2011:BR4665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M.I. ’t Hooft
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant heeft op 21 november 2007 een aanvraag om algemene bijstand ingediend, waarbij hij verklaarde te leven van leningen en schulden te hebben. Het College stelde vast dat appellant onvoldoende inzicht gaf in de wijze waarop hij zijn vaste lasten betaalde en dat hij essentiële informatie niet correct had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Een tweede aanvraag van appellant op 19 maart 2008 werd eveneens afgewezen omdat appellant geen gewijzigde omstandigheden aannemelijk had gemaakt en wederom onvoldoende bewijs leverde over zijn levensonderhoud. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat sprake was van gewijzigde omstandigheden en dat het College terecht de inlichtingenverplichting had toegepast. Het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2008 werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het besluit van 2 juli 2008 werd bevestigd. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvragen om algemene bijstand.