ECLI:NL:CRVB:2011:BR4508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende kracht bijstandsuitkering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 22 november 2006. Het College kende deze toe, maar appellant trok de aanvraag in vanwege onzekerheid over de gevolgen voor zijn verblijfsstatus. Later vroeg hij opnieuw bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf die datum. Het College wees dit af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de bijstand slechts had willen laten bevriezen en dat bijzondere omstandigheden, zoals zijn complexe verblijfsstatus en slechte gezondheid, rechtvaardigen dat de bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend. De Raad oordeelde dat het verzoek van 19 januari 2007 als intrekking moet worden opgevat en dat dit besluit niet meer kan worden aangevochten.
De Raad benadrukte dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Hoewel appellant een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ontving, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in de noodzakelijke kosten heeft kunnen voorzien, noch dat hij een reële schuld met terugbetalingsverplichting is aangegaan.
Daarom is het beroep ongegrond en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.