ECLI:NL:CRVB:2011:BR4478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellant ontving bijstand volgens de WWB-norm voor een alleenstaande. Het College vermoedde dat appellant inkomsten uit autohandel had en liet een onderzoek uitvoeren door de sociale recherche. Dit onderzoek leidde tot het besluit van het College om de bijstand over diverse maanden in de periode 1998-2007 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit grotendeels ongegrond, behalve voor de vergoeding van proceskosten. Appellant stelde in hoger beroep dat er geen sprake was van autohandel, dat het bezit van meerdere kentekens een vriendendienst was, en dat hij het vertrouwensbeginsel kon inroepen omdat hij oude auto’s had gemeld zonder reactie van het College.
De Raad oordeelde dat het grote aantal kentekens, de frequente wisselingen en het aanbod van auto’s voor APK en verkoop wezen op op geld waardeerbare activiteiten die gemeld hadden moeten worden. Appellant had de inlichtingenverplichting geschonden door niet alle auto’s te melden en onvoldoende openheid te geven over zijn activiteiten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen. Omdat appellant geen administratie had gevoerd, kon het College niet vaststellen of en in welke mate hij bijstandbehoevend was geweest.
De Raad concludeerde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.