ECLI:NL:CRVB:2011:BR4474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- C.W.J. Schoor
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ANW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en noodzaak nieuw medisch onderzoek
Betrokkene ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) vanwege haar arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2007 stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) vast dat betrokkene niet langer ten minste 45% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd. Betrokkene maakte bezwaar en voerde aan dat zij lichamelijk en psychisch niet in staat was te werken, onderbouwd met medische verklaringen en een verklaring van haar psychiater.
De verzekeringsarts die het onderzoek uitvoerde, was echter uitgegaan van een onjuiste veronderstelling over de psychiatrische behandeling van betrokkene. De rechtbank oordeelde dat in de bezwaarprocedure een nieuw onderzoek door een andere arts had moeten plaatsvinden, maar de Svb was het hier niet mee eens en stelde dat het Reglement behandeling bezwaarschriften Uwv niet op haar van toepassing was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen dwingende regel is die voorschrijft dat het bezwaaronderzoek door een andere arts moet worden verricht, maar oordeelt dat het bestreden besluit toch vernietigd moet worden vanwege de ontoereikende medische grondslag. De Raad beveelt aan dat de Svb binnen tien weken de gebreken herstelt door een nieuw medisch en zo nodig arbeidskundig onderzoek te laten verrichten door een andere arts, waarna een nieuw besluit met een kenbare en deugdelijke motivering moet worden genomen.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de ANW-uitkering wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank wordt opgedragen een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek te verrichten en een nieuw besluit te nemen.