ECLI:NL:CRVB:2011:BR4322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankbeslissing over beslag op WAO-uitkering door UWV
Appellant maakte bezwaar tegen een beslaglegging op zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij een bedrag van €3.032,05 was geclaimd. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond en stelde het beslagbedrag vast op €2.903,78, omdat het UWV niet binnen het kader van het beslag was gebleven.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd zonder nieuwe gezichtspunten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de gronden afdoende en juist heeft gemotiveerd. De bestuursrechter kan slechts toetsen of het bestuursorgaan binnen het beslagkader is gebleven; de juistheid of hoogte van het beslag is voor de burgerlijke rechter.
De Raad concludeert dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak die het beslagbedrag op de WAO-uitkering heeft verlaagd.