ECLI:NL:CRVB:2011:BR4124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, voorheen administratief medewerker, meldde zich in 2000 ziek met psychische klachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100%. In 2005 werd de arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld en vastgesteld op minder dan 15%, waarna de uitkering werd ingetrokken. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de afwijzing hiervan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak in 2009 wegens onzorgvuldige medische voorbereiding. Een nieuw onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat de oorspronkelijke functionele beperkingen niet hoefden te worden aangescherpt.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en voerde hij een verzoek tot schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro aan. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit voldoende was en dat de redelijke termijn was overschreden. Het Uwv werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 2000,-, bovenop een eerder betaalde voorlopige vergoeding van € 500,-. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en het UWV veroordeeld tot betaling van € 2000,- schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.