ECLI:NL:CRVB:2011:BR3744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij vaststelling PGB
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van Stichting Zorgkantoor Menzis waarin haar persoonsgebonden budget (PGB) over 2008 definitief werd vastgesteld en een bedrag van €22.027,44 werd teruggevorderd wegens het niet verantwoorden van het toegekende budget.
Het bezwaar werd echter niet tijdig ingediend binnen de zeswekentermijn zoals voorgeschreven in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Menzis verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en de rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij zij oordeelde dat de overschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij tijdig een eerste verantwoording had ingediend en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de financiële consequenties van de niet-ontvankelijkverklaring. De Raad stelde vast dat de overschrijding werd veroorzaakt door afwezigheid van een medewerkster en dat dit in de risicosfeer van appellante lag.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was tijdig bezwaar te maken, ook niet met hulp van derden. Daarom werd de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht en werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Een inhoudelijke beoordeling van het besluit kon daardoor niet plaatsvinden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn.