ECLI:NL:CRVB:2011:BR3555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens beëindiging persoonsgebonden budget na vertrek naar Zwitserland
Verzoekster, die gehandicapt is, ontving sinds 12 maart 2010 een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ om zorg te bekostigen. Het Zorgkantoor beëindigde het pgb per 1 juni 2011 omdat verzoekster sinds 9 augustus 2010 niet meer in Nederland woont en niet voornemens is terug te keren. Hierdoor behoort zij niet tot de kring van verzekerden van de AWBZ.
Verzoekster stelde bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank bevestigde dit standpunt en wees het bezwaar af. In hoger beroep verzocht verzoekster om een voorlopige voorziening omdat zij door het wegvallen van het pgb haar huur in Zwitserland niet meer kon betalen, met dreiging van huisuitzetting.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoekster niet als verzekerde kan worden aangemerkt omdat zij niet in Nederland woont en niet binnen een jaar metterwoon is teruggekeerd. Ook kon zij geen aanspraak maken op verzekeringsrecht via verdragen of besluiten. Het Zorgkantoor had haar voor vertrek gewezen op het verlies van de verzekering, waardoor geen beroep op het vertrouwensbeginsel mogelijk was.
Daarom is de beëindiging van het pgb terecht en bestaat er geen redelijke kans dat de uitspraak in de bodemprocedure zal worden vernietigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet als verzekerde kan worden aangemerkt en het pgb terecht is beëindigd.