ECLI:NL:CRVB:2011:BR3548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Terugvordering teveel betaalde suppletie en bevoegdheid eerste terugvorderingshandeling
Betrokkene ontving vanaf 1 maart 2006 een suppletie-uitkering op grond van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijspersoneel (BZA) naast een WAO-uitkering. In maart 2007 werd de WAO-uitkering met terugwerkende kracht verhoogd, wat leidde tot een nabetaling. Op 3 september 2007 werd een bedrag van €9.317,09 teruggevorderd wegens ten onrechte verstrekte suppletie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen de terugvordering gegrond en vernietigde het besluit, omdat zij oordeelde dat appellant niet meer bevoegd was tot terugvordering vanwege het tijdsverloop sinds de eerste mededeling. De Centrale Raad stelt echter dat het besluit van 3 september 2007 wel als eerste terugvorderingshandeling kan worden gezien, ondanks een onzorgvuldige omschrijving dat de opdracht namens het UWV was ingesteld.
Loyalis was op dat moment gemandateerd door appellant en bevoegd om terug te vorderen. De Raad volgt vaste jurisprudentie dat ook een ondubbelzinnige schriftelijke mededeling van een niet bevoegd bestuursorgaan een eerste terugvorderingshandeling kan zijn. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.