ECLI:NL:CRVB:2011:BR3537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beëindiging WGA-uitkering en proceskostenveroordeling UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van zijn loongerelateerde WGA-uitkering per 27 april 2010, omdat hij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad heropende het onderzoek meerdere malen en stelde schriftelijke vragen aan partijen. Tijdens de procedure bracht het UWV naar voren dat het bestreden besluit niet langer houdbaar was en dat het hoger beroep feitelijk geen belang meer had.
Appellant gaf aan dat het hoger beroep gericht was tegen de beëindiging van de uitkering en verzocht tevens om proceskostenvergoeding. De Raad stelde vast dat het bestreden besluit was ingehaald door een later besluit en dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelde het UWV op grond van artikel 8:75 Awb Pro tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op €1.288,--. Kosten in de bezwaarfase werden niet vergoed omdat appellant daar niet om had verzocht. Tevens werd het griffierecht van €149,-- aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.