ECLI:NL:CRVB:2011:BR3346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over hoogte vervolguitkering WW
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het bezwaar tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het betrof de hoogte van de vervolguitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) na afloop van de loongerelateerde uitkering.
De Raad overwoog dat appellant niet langer betwist dat de einddatum van de loongerelateerde uitkering juist is vastgesteld. De Raad bevestigde dat op grond van artikel 51, eerste lid, van de WW de vervolguitkering 70% van het minimumloon per dag bedraagt. Het UWV heeft deze hoogte correct toegepast.
De overige aangevoerde bezwaren van appellant waren onvoldoende om het bestreden besluit aan te tasten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 juli 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.