ECLI:NL:CRVB:2011:BR2768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting WAO-uitkering bij onvoldoende onderbouwing medische beperkingen
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er voldoende medische gegevens waren om zijn mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Hij voerde aan dat zijn medische situatie niet stabiel was, waardoor het oordeel niet zorgvuldig kon zijn.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep beoordeeld en zich aangesloten bij het oordeel van de rechtbank Amsterdam. De Raad vond dat appellant zijn stellingen niet had onderbouwd en dat er geen aanwijzingen waren die het besluit van het UWV konden ondermijnen. Het besluit van 3 juni 2009, dat de WAO-uitkering onveranderd voortzette op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%, berustte op een juiste medische en arbeidskundige grondslag.
De Raad wees het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding af en bevestigde de aangevallen uitspraak. Hiermee blijft de voortzetting van de WAO-uitkering ongewijzigd gehandhaafd.
Uitkomst: De voortzetting van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65% wordt bevestigd.