ECLI:NL:CRVB:2011:BR2766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WIA-uitkering ondanks financiële gevolgen voor appellant
Appellant stelde in hoger beroep dat de terugvordering van de WIA-uitkering door het UWV tot financieel onaanvaardbare gevolgen leidt, aangezien dit een groot gat in zijn begroting slaat. De rechtbank Rotterdam oordeelde echter dat de omstandigheden van appellant niet voldoen aan de criteria van dringende redenen om van terugvordering af te zien, zoals bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de Wet WIA.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld en verwijst voor een uitgebreid overzicht van de feiten naar de uitspraak van de rechtbank. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de terugvordering terecht is en dat de financiële gevolgen voor appellant onvoldoende zijn om van terugvordering af te zien.
De Raad concludeert dat de terugvordering niet leidt tot sociaal of financieel onaanvaardbare gevolgen. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WIA-uitkering omdat geen sprake is van sociaal of financieel onaanvaardbare gevolgen.