ECLI:NL:CRVB:2011:BR2730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar verlaging bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, maar kreeg een verlaging van 100% over november 2008 wegens nalatigheid bij het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Hij maakte bezwaar, maar het College verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de motivering te laat was ingediend.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, stellende dat appellant verantwoordelijk was voor het tijdig ophalen van aangetekende post en dat het te laat indienen van aanvullende gronden voor zijn rekening kwam.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaar wel ontvankelijk is, omdat appellant in zijn bezwaarschrift duidelijk heeft gemaakt dat hij het niet eens is met de motivering van het besluit en dat de motivering van het College te algemeen was. Daarom moet het College een nieuw besluit nemen waarin het bezwaar inhoudelijk wordt behandeld.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de verlaging van de bijstand is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en het College moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.