ECLI:NL:CRVB:2011:BR2573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.F. Claessens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid intrekking bijstand wegens onduidelijke eigendom appartement in Georgië
Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB en werd door appellant beschuldigd van het niet melden van eigendom van een appartement in Georgië, wat zou leiden tot onrechtmatige bijstandsverlening. Na onderzoek en bezwaarprocedures stelde de rechtbank dat onvoldoende was vastgesteld dat betrokkene eigenaar was van het appartement. Appellant handhaafde het standpunt dat betrokkene eigenaar was, maar kon dit niet deugdelijk onderbouwen.
De Raad concludeerde dat betrokkene vanaf 1997 het recht had om het eigendom te registreren, maar dit pas in januari 2007 daadwerkelijk deed. Hierdoor had zij wel een aanspraak op het eigendom, maar was zij niet eerder eigenaar. Het niet melden van deze aanspraak was wel een schending van de inlichtingenplicht, maar dit had niet geleid tot onrechtmatige bijstand.
Daarom kon appellant niet op grond van artikel 54 WWB Pro de bijstand intrekken over de periode in geding. Het besluit van 1 september 2010 en het eerdere besluit van 12 februari 2009 werden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Appellant moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd omdat onvoldoende is aangetoond dat betrokkene eigenaar was van het appartement en de intrekking niet gerechtvaardigd is.