ECLI:NL:CRVB:2011:BR2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, laatstelijk werkzaam als hypotheekadviseur, meldde zich ziek vanwege spanningsklachten en blaasklachten. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts Tuinhof de Moed werd appellant per 6 april 2009 geschikt geacht voor zijn arbeid. Het UWV beëindigde daarop het recht op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en stelde dat medicijngebruik en spanningsklachten hem verhinderen te werken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn medische klachten, waaronder blaasklachten als bijwerking van medicatie, hem verhinderen zijn werk als hypotheekadviseur uit te oefenen. Ook psychische klachten werden onvoldoende onderbouwd.
Appellant verzocht om aanhouding om zijn huisarts als getuige te horen, maar dit verzoek werd afgewezen wegens niet tijdige melding. De Raad concludeert dat voldoende medische informatie aanwezig is om het geschil te beslissen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld.