ECLI:NL:CRVB:2011:BR2439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds maart 1999 arbeidsongeschikt is door whiplashklachten na een aanrijding, ontving van 1999 tot 2006 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een tweede aanrijding in 2008 vroeg zij herkeuring aan wegens toename van klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waardoor geen recht op WAO-uitkering bestond.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende redenen waren om de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV te betwisten en verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de gronden van appellante in hoger beroep dezelfde waren als eerder en dat de rechtbank deze gronden afdoende had gemotiveerd. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het oordeel dat appellante geen recht heeft op een WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.