ECLI:NL:CRVB:2011:BR2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De werkgever (appellante) kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht voor een werknemer die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De loonsanctie hield in dat de werkgever het recht op loonbetaling tijdens ziekte met 52 weken werd verlengd.
De rechtbank had het beroep van de werkgever tegen deze sanctie ongegrond verklaard, stellende dat de werkgever onvoldoende had gezocht naar mogelijkheden om de werknemer binnen het eigen bedrijf aangepast werk te laten hervatten, zoals het anders organiseren van werkzaamheden of het inschakelen van deskundigen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het standpunt van het UWV en de rechtbank onderschreven. De Raad concludeerde dat de werkgever onvoldoende onderzoek had gedaan naar aanpassingen op de werkplek, het inschakelen van deskundigen en het benutten van het aanbod van thuiswerk. De rapportages van arbeidsdeskundigen ondersteunden deze conclusie.
De Raad bevestigde daarom het besluit tot oplegging van de loonsanctie en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 20 juli 2011.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.