ECLI:NL:CRVB:2011:BR2228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen beslaglegging op WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant werd door het UWV geïnformeerd over beslaglegging op zijn WAO-uitkering per 1 november 2009. Hij diende zijn bezwaar echter pas op 25 januari 2010 in, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. Hoewel appellant stelde dat hij pas eind januari 2010 van het besluit op de hoogte was geraakt, achtte de Raad dit niet aannemelijk gezien de datum van het besluit en eerdere handelingen van appellant.
De Raad stelde vast dat het besluit op 14 oktober 2009 werd verzonden en op 15 oktober 2009 aan appellant werd aangeboden, waarmee de bezwaartermijn op 15 oktober 2009 begon te lopen en eindigde op 25 november 2009. Omdat het bezwaar pas daarna werd ingediend, was het niet-ontvankelijk. Er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in de Awb.
De rechtbank had het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit ongegrond verklaard, en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.M. Zeijen op 13 juli 2011.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het beslag op de WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.