ECLI:NL:CRVB:2011:BR2223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wrakingsverzoek na uitspraak Raad voor de Rechtspraak
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam en verzocht vervolgens om wraking van leden van de behandelende kamer van de Centrale Raad van Beroep. Dit wrakingsverzoek werd afgewezen door een wrakingskamer. Verzoeker stelde daarna een rechtsmiddel in tegen deze wrakingsbeslissing.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:15 Awb Pro en artikel 21 Beroepswet Pro na het doen van een uitspraak geen wrakingsverzoek meer kan worden ingediend. De uitspraak op de hoger beroepen was op 24 maart 2011 gedaan, waarna het wrakingsverzoek van 29 maart 2011 niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Verzoeker betoogde dat een uitzonderingssituatie bestond volgens het wrakingsprotocol, maar de Raad stelde dat tegen wrakingsbeslissingen van de Raad geen rechtsmiddel openstaat, ook niet in uitzonderingssituaties. Evenmin is herziening mogelijk. Daarom werd ook het rechtsmiddel tegen de wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad benadrukte hiermee de onmogelijkheid om binnen dezelfde rechterlijke instantie wraking of beroep tegen wrakingsbeslissingen in te stellen nadat een uitspraak is gedaan. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek en het rechtsmiddel tegen de wrakingskamer worden niet-ontvankelijk verklaard.