ECLI:NL:CRVB:2011:BR2211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag en terugvordering kosten bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand van januari 2002 tot oktober 2006 als alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme melding stelde het College een onderzoek in en concludeerde dat appellante en appellant een gezamenlijke huishouding voerden. Op grond daarvan werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd, wat door appellanten werd aangevochten bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep.
Het College wees een nieuwe bijstandsaanvraag van appellante af omdat haar woon- en leefsituatie niet overeenkwam met haar opgave. Appellanten voerden onder meer aan dat het onderzoek door ambtenaren vóór hun formele aanwijzing als toezichthouders was uitgevoerd en daarom onbevoegd was. De Raad oordeelde echter dat artikel 5:11 van Pro de Awb niet ziet op het onderzoek in het kader van de WWB en dat het College bevoegd was tot terugvordering.
De Raad bevestigde dat het bestaan van een gezamenlijke huishouding inhoudelijk was beoordeeld en dat de rechtbank de beroepen van appellanten terecht ongegrond had verklaard. De nieuwe aanvraag werd eveneens afgewezen omdat geen relevante wijziging in omstandigheden was aangetoond. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag en terugvordering van kosten bevestigd.