ECLI:NL:CRVB:2011:BR2206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand sinds 1989 en werd geconfronteerd met een besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 3 maart 2004 tot 3 maart 2006 vanwege het aantreffen van een hennepkwekerij in haar woning. Het dagelijks bestuur stelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep. Zij betwistte het bevoegdheidsgebrek, de duidelijkheid van het besluit en stelde dat zij niet de eigenaar was van de kwekerij. Ook vroeg zij schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat het besluit van 17 april 2009 bevoegd was genomen en dat de intrekking van de bijstand terecht was vanwege de schending van de inlichtingenplicht. Appellante slaagde er niet in met objectief bewijs aan te tonen dat zij niet betrokken was bij de kwekerij. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn in de bestuursfase met bijna twee maanden was overschreden en kende een schadevergoeding van € 500 toe.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 17 april 2009 maar liet de rechtsgevolgen in stand. Tevens veroordeelde hij het dagelijks bestuur tot betaling van schadevergoeding en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 17 april 2009 vernietigd met in stand laten van de rechtsgevolgen, en het dagelijks bestuur veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.