ECLI:NL:CRVB:2011:BR1910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant heeft op 27 november 2008 een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend, die bij besluit van 20 april 2009 werd geweigerd. Het bezwaar tegen deze weigering werd op 11 december 2009 ongegrond verklaard door het UWV. Appellant stelde in hoger beroep dat hij al van kinds af aan niet normaal kon functioneren en vroeg om een second opinion, waarvan een afschrift aan de Raad zou worden verstrekt.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het medische onderzoek door de artsen van het UWV op een juiste en zorgvuldige wijze was uitgevoerd. Tevens werd geoordeeld dat indien een Wajong-uitkering in een laat stadium wordt aangevraagd, het risico voor het ontbreken van relevante medische stukken bij de aanvrager ligt. Appellant heeft echter geen relevante medische stukken ingebracht en het beloofde afschrift van de second opinion is nooit ontvangen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Utrecht, die eveneens oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was verricht en dat appellant geen concrete medische gegevens had aangeleverd die twijfel opriepen over zijn belastbaarheid. Eventuele onduidelijkheden moeten voor rekening en risico van appellant blijven.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en deed de uitspraak in het openbaar op 15 juli 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing.