ECLI:NL:CRVB:2011:BR1574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na faillissementsuitkering volgens WWB
Appellante ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) van oktober 2006 tot oktober 2007, deels als aanvulling op loon van haar werkgever. Na het faillissement van de werkgever keerde het UWV een faillissementsuitkering uit over de periode 30 juni 2007 tot 22 oktober 2007. Het College herrekende daarop de bijstand en stelde vast dat appellante €2.188,20 te veel had ontvangen, wat het terugvorderde.
Appellante voerde aan dat zij minder loon had ontvangen dan op loonstroken vermeld en dat de bijstand in bepaalde maanden met 10% was verlaagd, waardoor de terugvordering te hoog zou zijn. De Raad oordeelde dat de terugvordering gebaseerd was op de faillissementsuitkering die tot de middelen volgens de WWB behoort en dat appellante geen bezwaar had gemaakt tegen het UWV-besluit of de opgegeven bedragen.
De Raad liet in het midden of appellante aannemelijk had gemaakt minder loon te hebben ontvangen, maar benadrukte dat de bijstand over de periode vaststaat en dat de terugvordering niet hoger is dan het ontvangen bedrag aan faillissementsuitkering. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €2.188,20 bijstand en wijst het hoger beroep af.