ECLI:NL:CRVB:2011:BR1550

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-3895 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ingetrokken geschil na gewijzigde beslissing UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem betreffende een geschil met het UWV. Na een eerdere uitspraak van de Raad nam het UWV op 21 april 2010 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor bestond er geen geschil meer tussen partijen, waardoor appellant geen belang meer had bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Raad besloot het UWV te veroordelen in de proceskosten van appellant, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand, en het griffierecht van € 110,- dat appellant in hoger beroep had betaald te vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door rechter M. Greebe, zonder behandeling ter zitting, op 13 juli 2011. Het UWV voerde geen verweer tegen de gevraagde proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

09/3895 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 5 juni 2009, 08/7127 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft R.A.J. Hunting, werkzaam bij Hunting & Partners te Haarlem, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Op 21 april 2010 heeft het Uwv, naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van 11 maart 2009, LJN BH7780, een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij schrijven van 26 april 2010 heeft appellant de Raad doen weten het hoger beroep te handhaven en verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft de Raad bericht geen verweer te voeren tegen de gevraagde proceskostenveroordeling.
Partijen hebben desgevraagd toestemming gegeven behandeling ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Met het besluit van 21 april 2010 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Dit besluit komt, gelet op de aangevoerde gronden, geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van het besluit en hetgeen overigens is aangevoerd, geen geschil meer. Derhalve heeft appellant geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 322,-;
Bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 110,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2011.
(get.) M. Greebe.
(get.) M.A. van Amerongen.
EV