ECLI:NL:CRVB:2011:BR1527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen UWV-besluit na gewijzigde beslissing
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een besluit van het UWV. Het UWV nam op 30 maart 2011 een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Appellant gaf aan zich te kunnen vinden in deze gewijzigde beslissing en verzocht om vergoeding van proceskosten. Het UWV voerde verweer tegen deze kostenvergoeding. Partijen stemden ermee in om de behandeling ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek werd gesloten.
De Raad oordeelde dat appellant geen belang meer had bij een oordeel over de oorspronkelijke uitspraak, omdat het gewijzigde besluit zijn bezwaren volledig wegneemt. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Raad wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat de vader van appellant niet als deskundige of beroepsmatig rechtsbijstandverlener kon worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep bepaalde dat het betaalde griffierecht door het UWV aan appellant wordt vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Greebe in aanwezigheid van griffier M.A. van Amerongen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt door het UWV aan appellant vergoed.